Home

joke van caesbroeck

 

 

 

HONDEN

 

Van mijn vader krijg ik een foto doorgestuurd van de gehaktballen die mijn moeder voor hem klaarmaakte. De laatste keer dat ik een foto van mijn vader ontving, had de hond een nylonkous van mijn moeder opgegeten. Op de foto lag de hond dood in het gras, uit zijn bek hing nog het kousenvoetje. Het was de eerste keer dat ik mijn vader zag huilen. De tweede keer was omwille van mijn oma. Zij had geen nylonkous opgegeten, toch ging ze dood.

Omdat ik vegetariër ben, eet ik normaal gesproken alleen gehaktballen in het geheim. Maar ik heb honger, ik neem de bus. Aan tafel zegt mijn moeder dat als ik wil blijven slapen, het morgen aan mij is om te koken. Ik keer terug naar mijn eigen huis. Ik woon alleen. Ik praat tegen yoghurt die ik daarna opeet en tegen flessen wijn die ik daarna leegdrink. Ik gaf de liefde op omdat ik mijn eten en drinken niet langer wilde delen.

Honden. Die zonderen zich ook af voor ze doodgaan.

E-MAIL

 

Aan de man die in mijn straat overgeeft vraag ik of hij ergens anders wil gaan overgeven. Ik roep het door mijn raam, het staat open omwille van het warme weer. In de verte piept een voetpomp. Als het maar lucht is die weet te ontsnappen, heb je geluk.

Hoewel ik geen e-mail verwacht, kijk ik elke tien minuten of ik een nieuwe e-mail heb. Wanneer de e-mail die ik niet verwacht weer niet is binnengekomen, kijk ik door mijn openstaande raam. Tien minuten, daarna haal ik mijn e-mails op. Een man van wie ik ooit hield, gaf in de tien jaar dat we samen waren maar twee keer over. De man die overgeeft kijkt omhoog en zegt dat het zo over is. In een e-mail aan mezelf vraag ik waarom tien minuten zo traag gaan en tien jaren zo snel. Daarna kijk ik door mijn raam.

Er ligt alleen nog een plas kots.

SPLEEN

 

In de kinderkamer steken we voor onze zwangere vriendin drie commodes in elkaar. Ik sorteer de vijzen, hij zegt dat het probleem met mensen is dat ze hier zijn, daar willen zijn, daar uiteindelijk aankomen en dan weer hier zijn.

Wanneer de kasten klaar zijn om gevuld te worden met pampers en rompers, willen we naar daar. We zitten in strandstoelen op een terras, drinken wijn omdat we wijn hebben verdiend, praten over tapijten waar schapen voor gestorven zijn, de schaamteloze seksdrive van jack russels en gaan daarna elk naar onze daar.

Daar zit ik me voor het vensterglas onnoemlijk te vervelen. Ik wou ik dat ik drie hondjes was. Dan konden er twee samen spelen en kon ik me voor het vensterglas onnoemlijk blijven vervelen.

LEEGTE

 

In de trein zit naast me een man die in zijn telefoon zegt: dit is de voorlaatste keer dat je me hoort.

Ik ben op de juiste plaats gaan zitten, ik hou van mensen die de leegte langzaam aankondigen. De man haakt in, belt opnieuw en zegt: dit is de laatste keer dat je me hoort. Omdat ik hem niet durf aan te kijken, kijk ik op mijn telefoon.

Er is een e-mail van de man van wie ik hou. Er staat: dit bericht heeft geen inhoud.

STROPDAS

 

Op het sollicitatiegesprek zeg ik dat ik niet gedreven ben, slecht kan samenwerken met anderen en een ambitieloos bestaan leid. De man met stropdas vraagt wat mijn slechte eigenschappen zijn. Ik zeg dat ik fit probeer te worden.

Jij nodigde me nooit uit voor een gesprek. Ik schreef jou geen motiviatiebrieven. Wij belanden al lang niet meer in bed. Wanneer je een stropdas wilde dragen, trok ik aan je haren.

De man met stropdas zegt dat er veel kandidaten zijn. Ik zeg dat ik naar huis moet om buikspieroefeningen te doen, maar dat ik mijn feedback telefonisch zal meedelen.

Wanneer jij me volgende week opbelt en vraagt of ik de job heb, zal ik zeggen dat ik jou verliet omdat je kaal werd.

AUTORIT

 

Ik zit in de auto met mijn familie, iedereen leeft nog, we zijn met vijf, we passen net in een auto. Mijn moeder kijkt in de achteruitkijkspiegel en zegt tegen mijn zus dat ze haar haren naar achteren moet kammen, zodat mensen haar mooie gezicht goed kunnen zien. Tegen mij zegt ze: goed van die froufrou.

We luisteren naar het radionieuws. Iemand heeft ergens weer ravage veroorzaakt. Ik zeg dat ik altijd al pillen inneem alvorens de pijn kan toeslaan. Mijn vader zegt: vraag me niet wat ik daarvan vind. Mijn broer vraagt: wat vind jij daarvan? Ik word afgezet voor mijn huis. Mijn familie rijdt weg.

In mijn brievenbus zitten alleen brieven gericht aan de vorige bewoner.

HERT

 

We keken naar nachtwinkelwijnen, jij naar witte, ik naar rode. Onder mijn kleren droeg ik een badpak. Al mijn ondergoed zat in de was. Ik trok het badpak vantussen mijn schaamlippen, nam een fles rosé, zei dat ik in staat was tot compromissen, zolang ze alcohol bevatten. Je noemde me hert.

Een paar maanden later ging je naar de nachtwinkel en keerde nooit terug. Je was altijd al een filmmens. Ik ging op Tinder en keek elke avond naar mijn profiel. Steeds was ik minder dan één kilometer in de buurt.

Misschien zien we elkaar weer in wascenter Netezon. Mijn ondergoed dat droogzwiert, ik die stil zit te huilen op een stoel, jij die het ziet en zegt: het is al lang geleden dat de moeder van Bambi stierf.

SPIEGELBEELD

 

In mijn nieuwe huis woonden vroeger twee homofielen. Ik krijg nog steeds hun post. Ik maak al hun brieven open. Mijn eigen post wordt me gebracht door mijn voormalige lief. Wanneer het gezicht van mijn voormalige lief vervaagt, stuur ik mezelf een brief. Gisteren nam mijn buurvrouw de brief aan. Zelf lag ik in bed met iemand die op mijn voormalige lief lijkt. Zijn gezicht vervaagt alweer.

Mijn buurvrouw brengt de brief en zegt: het is allemaal verkeerd gegaan, ik ben nagenoeg alles verloren, maar ik heb nog goeie knieën. In de badkamer bekijk ik mezelf in de staande spiegel die de homofielen achterlieten. Ik weet dat de sproet boven mijn mond alleen voor mij aan de rechterkant zit. Ik scheur de brief in stukken, spoel het toilet door, trek mijn broek uit, kijk naar mijn spiegelbeeld.

Ik heb de knieën van mijn moeder.

CONSULTATIE

 

In een tijdschrift lees ik dat vliegtuigvoedsel doorgaans geen groot feest is voor de smaakpapillen. Ik zit alleen in de wachtkamer. Mijn voorganger bouwde met houten blokken een toren. Op de top staat een blauw varken.

Ik zeg tegen de dokter dat ik erg veel rook, erg veel drink, erg weinig stappen per dag zet, doodsbang ben en vliegtuigvoedsel doorgaans geen groot feest vind voor de smaakpapillen. Hij luistert naar mijn hart.

Wanneer ik mensen vertel dat ik niet graag op reis ga, houden ze hun hoofden schuin. De dokter zegt dat zijn dochter net terug is uit Mexico. Hij houdt zijn hoofd schuin, luistert naar mijn longen. Zijn dochter geeft al een week over. De dokter duwt op mijn ribben. Ik geef over.

Voor ik thuis vertrok, at ik een halve tomaat en spoot deodorant onder mijn oksels.

SOLDIER COMING HOME

 

Ik ben uitgenodigd in het nieuwe huis van mijn broer en zijn vriendin. We eten bloemkoolrijst met bonenburgers uit diepe borden. Ik krijg witte wijn en een rondleiding. De vriendin van mijn broer zegt dat ze om te kunnen huilen kijkt naar compilatiefilmpjes waarin soldaten thuiskomen na de frontstrijd, vallend in de armen van hun geliefden.

Mijn broer vraagt hoe het gaat met de mannen in mijn leven. Ik vertel dat ik vrijdag op een feest iemand ontmoette die me vroeg wat voor werk ik doe. Ik antwoordde dat ik kleuterjuf ben en in bijberoep wiet verkoop op de aanpalende lagere school. De man ging bier voor me halen en keerde er nooit mee terug.

Die avond van het feest kwam ik dronken thuis in mijn lege huis. Soldier coming home. Ik nam een douche. Ik waste mijn haren. De shampoo was bijna op. Heel wat dingen lukken ook met zo goed als niets.